GoogleNews

Het kloppend hart van uw organisatie

De kern van de infrastructuur van veel bedrijven is het datacenter. Alle diensten en gegevens worden hier vandaan centraal aangeboden aan applicaties en gebruikers. We kunnen datacenters op verschillende manieren inrichten. We onderscheiden drie types:

Type 1: Basis

Het basis, of traditionele datacenter, kenmerkt zich door een reactief karakter. Er vindt slechts beperkt monitoring plaats waardoor alleen bij optreden van problemen een signaal wordt afgegeven. De werkzaamheden voor dit type datacenter zijn erop gericht om de huidige infrastructuur in stand te houden. Daarmee wordt dit type datacenter door een bedrijf vaak gezien als een noodzakelijke kostenpost. Uitbreiden van of aanpassing aan een dergelijk datacenter is een kostbaar en risicovol traject.

Type 2: Gestandaardiseerd

Het gestandaardiseerde datacentrum kenmerkt zich door een hoge mate van vastlegging van de procedures en automatisering hiervan voor instanthouding van de infrastructuur. De kosten voor het onderhoud van desktops en servers is in dit type datacenter hierdoor het laagst ten opzichte van andere type datacenters. Uitrol van systemen voor uitbreiding van de infrastructuur is veelal volledig geautomatiseerd. Doordat dit type datacenter uiterst stabiel en voorspelbaar is, is het meer gericht op ondersteuning en uitbreiding voor een bedrijf dan het basis datacenter.

In een moderne infrastructuur benutten gebruikers applicaties, behandelen applicaties de data en wordt de data geleverd door servers en en centraal opgeslagen en gebackupt. Problemen kunnen echter ontstaan als nieuwe of alternatieve technologieën geïntroduceerd moeten worden omdat de business daarom vraagt.Om een overzicht te creëren van de datacenterproducten die nodig zijn voor datacenteroplossingen en om duidelijkheid te verschaffen over de diverse componenten, heeft PQR een schematische weergave ontwikkeld. De componenten die een gestandaardiseerd datacenter vormen zijn samengevat in het Data & System Availability solutions schema.

Type 3: Dynamisch

Het dynamisch datacenter wordt tegenwoordig vaak aangeduid als 'de Cloud'. Om een dynamisch datacenter op te zetten, dient de basisinfrastructuur juist ingericht zijn. Kenmerk voor een dynamisch datacenter is dat alle workflows zoveel mogelijk geautomatiseerd zijn. Daarmee zijn kosten volledig inzichtelijk en is de ROI van een investering direct meetbaar. Het dynamische datacenter wordt daarmee van strategische waarde voor uw bedrijf, doordat het niet langer als kostenpost wordt gezien, maar echt ondersteunend aan de business is. Groot voordeel is dat u met een dynamisch datacenter snel in kunt spelen op veranderingen.

Centraal in een dynamisch datacenter zijn de managementtools die het datacenter van een statische naar een flexibele en dynamische infrastructuur verheffen. In het dynamisch datacenter onderscheiden we:

  1. Storagemanagement: Een dynamisch datacenter stelt organisaties in staat om snel in te spelen op behoeften van gebruikers en de markt waarin zij actief zijn. Met traditionele configuratie en managementtoepassingen is het lastig om efficiënt en effectief te anticiperen op wijzigingen. Door automation en provisioning toe te passen, kan een groot deel van de benodigde handelingen worden geautomatiseerd. De reactie snelheid van uw organisatie neemt hierdoor enorm toe en de kans op fouten wordt geminimaliseerd. Door thin provisioning en data deduplicatie toe te passen, kan meer worden gedaan met minder. Met behulp van resource management en monitoring kan worden bekeken waar en door wie storage wordt ingezet, en of de gewenste beschikbaarheid kan worden gerealiseerd. Door trends in het gebruik te analyseren en toekomstige projecten te inventariseren, kan additionele capaciteit of performance worden gerealiseerd wanneer benodigd. Gelijksoortige technieken en methoden kunnen ook voor server-, netwerk- en virtualisatieplatformen worden ingezet, om een dynamisch datacenter te creëren. End-to-end monitoring en applicatie integratie maken het mogelijk om performance, beschikbaarheid, gebruik en backup van toepassingen en daaraan gerelateerde data inzichtelijk te maken. Eventuele bottlenecks en zwakke plekken kunnen zo snel en eenvoudig worden geïdentificeerd en het beheer kan worden omgeturnd van reactief naar propactief.
  2. Servermanagement: Het dagelijkse beheer, het onderhoud en de troubleshooting zijn taken die vaak veel manuren kosten, maar die wel noodzakelijk zijn om de IT-infrastructuur te kunnen controleren. Door deze functies zoveel mogelijk te centraliseren en consolideren wordt een maximale efficiëntie bereikt terwijl het aantal uren dat besteed wordt zo klein mogelijk wordt gehouden. Daarom is het van belang altijd de juiste applicaties te kiezen voor het servermanagement. Voor serverbeheer in een datacenter kunnen Microsoft System Center en VMware vCenter ingezet worden.
  3. Datacentermanagement: Een datacenter wordt pas dynamisch als alle workflows geautomatiseerd zijn. Dat betekent dat het uitrollen en monitoren van machines én storage automatisch gefaciliteerd wordt. De totale omgeving wordt gemonitord en bij overschrijding van bepaalde grenswaarden moeten automatisch processen in werking treden. Zowel Cisco als HP hebben een management suite ontwikkeld die aansluiten op datacentermanagement: Cisco UCS en HP Matrix.

Een voorbeeld van een management pack is van System Center Operations Manager (SCOM). Hierin kan een applicatie worden beschreven hoe deze is geïmplementeerd en van welke lagen in het dynamische datacenter gebruikgemaakt wordt. Indien bijvoorbeeld een webapplicatie te veel resources gebruikt van een virtuele server kan het model door de virtual server gebruikt worden om een extra server aan te maken op de webfarm en deze te koppelen aan de applicatie. Dit proces kan met tussenkomst van de beheerder worden uitgevoerd, maar is ook volledig te automatiseren. Op deze manier ontstaat er een datacenter die zichzelf dynamisch kan aanpassen aan de omgeving.